Deze pagina biedt ruimte aan iedereen die eigen tekst wil laten lezen: gedicht, lied, brief, dialoog, sprookje, biografisch of verzonnen, een fragment uit een boek dat nooit afkomt of een fictief dagboekblad, alles is welkom.
Voel je je aangesproken of wil je reageren, stuur je tekst of reactie naar post@inhetlabyrint.nl.

maart 2026
mooi landschap waarin ik schrijf
tussen de bomen
uitgestrekt wit
ijzige wind wuift door dor riet
langs bevroren sloten
ik trek aan langzame woorden
onzichtbare
onuitspreekbare
niet gezegde woorden
voorzichtig
anders breken ze
val ik achterover
in het wak
©emilie fijan
Meer lezen? Klik op Emilie.

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten. De afbeelding is werk van Wessel Huisman: The light that is, 2021.

Licht geeft
In het broze
Chaotische
Heden
Troost!
Joke van Zwol

februari 2026
Onderstaande afbeelding en tekst is gemaakt door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
OUD en NIEUW
Ik ben opgegroeid in Amsterdam, Slotervaart.
Dat was toen een gloednieuwe Nieuwbouw wijk. Met veel jonge gezinnen met kinderen. Met Oud en Nieuw had iedereen zijn keukenraam open, want iedereen was aan het oliebollen en appelflappen bakken…. Je kon de hele straat aflopen in een oliebollenwalm.
En aan het eind van de straat stond een oliebollenkraam (van de Reumastichting).
Daar haalden wij dan een zakje oliebollen. Mijn moeders culinaire gaven gingen niet verder dan appelflappen bakken.
Reumabollen noemden wij onze oliebollen altijd.
Maar er waren ook buurvrouwen die ze per emmer vol bakten. Daar konden we ook altijd van mee-eten. In het Amsterdam van die eeuw werden buurvrouwen al snel tante genoemd…
Iedereen leefde nog wat meer op elkaars lip en bemoeide zich intensief met elkaars kinderen. We keken naar de tv bij de buren, we zaten allemaal bij elkaar op school.
We schaatsten allemaal op dezelfde vaart, daar in Slotervaart.
Annemarie 't Hoen

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Heksenlied
Wacht buizerd, ik wil mee zweven
hoog boven de kale velden,
samen verdwijnen achter de horizon
Wacht buizerd, ik wil mee in je cirkels
rond en rond boven het riet langs
de rimpelloze vijver, kijk de reiger
Wacht buizerd, zullen we roerloos
blijven hangen, daar gaat de reiger
duizelingwekkend onze duikvlucht
ik land zacht naast je op de aarde
wijze heksen zingen over wachten
in de winter tot de lente komt
Maria Pinxter
23 jan 2026

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Let it snow
Vandaag is het Driekoningen. Tijd om
de kerstversieringen op te ruimen. Het
is dit jaar buitengewoon aan het
sneeuwen gegaan; er is wel 20 cm
sneeuw gevallen die het leven al
met al flink ontregelt. In huis is nu gelukkig
genoeg te doen.
De beurt is aan de guirlande, waaraan
met kerstige knijpertjes de kaarten met
alle goede en lieve wensen zijn
opgehangen. Eén voor één gaan ze nog
eens door mijn handen. Dan zie ik een
kaart die me zo'n drie weken geleden
waarschijnlijk niet meer dan
een glimlachje ontlokte: haha, iemand
wenste 'Let It Snow'…
Anneke van Schaik
Meer lezen? Klik op Anneke.

februari 2026
Vijgenboom-ambassadeur
Mijn Credo-vijgenboom rigoureus gesnoeid
met duurzaam geloof en groei-intentie.
Broodnodige vergroening heeft steun nodig
zoals bij c' est la vie.
Piet
Een tekst van Piet gaat meestal vergezeld van een eigen foto, meer van hem lezen en zien?
Klik op Piet.

januari 2026
De tuinman en de keizerin
Nukkig laat ze knoppen vallen
als kou haar ’s nachts bekruipt,
gekrenkt krult ze bladeren
bij elke luis die haar besluipt.
Kijk toch hoe rijk haar bloemenkroon,
als niets haar bloei verstoort.
De tuinman knielt en kust
de grond waarop haar troon
zij kijkt omhoog en zingt
haar eigen aria: prachtige,
hooghartige Camelia.
Henny van Boxtel
Meer lezen? Klik op Henny.

januari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Tussen oud en nieuw
De wereld is weer uiteen gevallen,
in zwart en wit, geen overgangsgebied.
Herkenningspunten uitgewist, bakens weggevaagd.
De merel zingt een eenzaam liefdeslied.
Landschap van vrije val of kinderuitzinnigheid,
waarin ik opnieuw moest leren lopen,
op de tast, niet langer op mijn ogen.
Mijn voetstap knerpt,
het krassen van een vogel in de struiken.
Geluid gedraagt zich hier besmuikt.
Voetje voor voetje aan mijn vaders arm
door avondduister, besneeuwde grond
een bleekblauw licht.
Opnieuw schuifel ik, centimeter voor centimeter,
door tijd die maar niet wijkt, schoorvoetend,
tastend naar gestold verdriet dat zich weer wreekt.
Ergens achter de horizon nieuw licht.
Ik zie het niet,
maar de herinnering aan mijn vaders arm,
die steun biedt, moed inspreekt.
Inez Risseeuw

januari 2026
Onderstaand gedicht-bij-afbeelding komt uit de fotoreportage De wondere wereld van traktatiezakjes, waarin Simone de Bruijn zich verwondert over deze tasjes voor kinderen in alle vormen, kleuren en soorten. Tegelijk stelt ze het probleem ervan aan de kaak: Veel van deze zakjes zijn vandaag de dag nog steeds plastic. Veel zijn ook gemaakt van papier. Alle goede bedoelingen ten spijt, ook deze papieren zakjes onderstrepen de wegwerpindustrie.
De hele reportage bekijken? Klik op Simone.
Tot 14 februari 2026 kun je de reportage bekijken in Volksuniversiteit Utrecht ( boven de kapstokken), daarna in bibliotheek Hoograven.


januari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: herfst.
GOOTLOT
het late licht valt
stil op bladerloze bomen
beroofd van kleur, kleumend
in de koude wind
een regen van bladeren
daalde neer, zoeken elkaar nu
op, spelen rugby, maken slidings
leggen de loper uit, op daken
op paden, op heggen, op hoofden
gaan zich te buiten, spannen samen
in een zwevend luchttheater
ongebonden, eindelijk vrij
toch komt aan het kleurrijk
bestaan een eind, geel, groen
bruin of rood, uiteindelijk
wacht, onverbiddelijk, de goot
Elma Kuster

januari 2026
Thijs
Per vergissing gevraagd. Ten onrechte
op zijn kamer in een groot Amsterdams huis,
een hoge kamer met LP’s en een postertje
aan de hoge wand.
Hij was een klasgenoot, een soort Jan Wolkers
in mijn ogen. Kreeg jenever die ik graag accepteerde
terwijl ik er niet van hield. Ik hield van de sfeer
van jenever, stoer en middenin het Leven.
Zei gretig “ja!” Waar hadden we het over?
In de binnentuin bomen, kale takken
waarin zwarte vogels en ook duiven.
Argeloze duif zat. Zwarte vogel kwam.
Greep in het grijs, pikte in parelmoer.
Duif liet zich vallen. Van zijn tak.
André Schipper
Meer lezen? Klik op André

januari 2026
Onderstaande haiku(-achtigen) zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven aan en voor het nieuwe jaar.
Herinneringen
Vele jaren gaan
|
Genieten van tijd
Koers en bestemming
Mariëtte |
je verhaal schrijven
* * *
duwtje over de rand
Marjo
|
Streepjes, volgens Faye
* * *
75
José
|
Wens voor volgend jaar
Hanneke |
nieuw jaar, welkom weer
* * *
|
|

december 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (najaar 2025). Ter begeleiding schrijft zij: Dag en nacht zat mijn moeder achter haar orgel, zo noemde zij haar naaimachine en kon daarmee lezen en schrijven: de bron van mijn overvolle kledingkast.
Mijn kledingkast
Elk seizoen
een spannend gebeuren
voor het donkergroene fluwelen jurkje en
het zonnige overgooiertje
met felle kleuren …
Ieder half jaar
worden zij argwanend bekeken
gewassen, gestoomd en gepast …
het vonnis: buren, kringloop of emigratie
of mogen we nog even blijven hangen
in deze propvolle kledingkast?
Wie van ons beiden
heeft de meeste kans
op overleven?
Dat bepaalt het weer
of de jurkjes nog passen
zegt het favoriete katoentje
misschien komende Kerst
kan jij aan
warm behaaglijk groentje!
Zo niet,
dan is het helaas
met jou gedaan
het groene fluwelen jurkje
schat haar kans groot
en omarmt
liefdevol
het zomerse katoentje …
Syl

december 2025
Onderstaande tekstfragmenten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven brieven aan een vroegere versie van onszelf.
Lieve Hannie, Hanneke, 1967
Waarom werd je toch Hanneke?
Ik weet het wel…, Guus zei dat en het klonk veel leuker dan het saaie Hannie.
Maar je bleef toch ook Hannie, je bleef allebei. Kiezen hoefde niet, ’t kon prima naast elkaar. Ieder noemde je zoals hij of zij dat leuk vond.
Net als dat jij uiteindelijk voor pedagogiek (geloof en Langeveld) koos, en voor de UVSV, Politeia en de NCSV en naar Oost-Duitsland ging (met geheime Bijbels en nylons mee) en mee het universiteitsgebouw bezetten.
De wereld was mooi en niet altijd eerlijk; Martin Luther King vertelde het ook en jij ging meedoen dat te verbeteren (tegen veel mensen in, ook thuis). Jij met je avondjurkjes, kettingen en mandje! Links als een kraai, heel gelovig met de bevrijdingstheologie, dat kon heel goed samengaan.
Hanneke
Wij kunnen geen handstand maken. We kennen allebei de gymleraar die aan je benen staat te hijsen terwijl je door je polsen zakt. Ik vraag me af of deze herinnering zo veel jaren bewaard is gebleven omdat ze scheert langs het randje van het betamelijke of omdat het een eerste kennismaking is met het fenomeen ‘onbegonnen werk’. Als het voor jou anders is en dat vermoed ik, ben jij de enige die daar helderheid over kan verschaffen.
Het gaat zo: Jij zet je handen voor het klimrek op de grond en gooit één, twee benen de lucht in. Onmiddellijk zitten zijn handen klemvast rond je enkels. Je hangt in de lucht, je haar voor je gezicht, je gymbroek ondersteboven, je benen slap. Je shirt zakt naar beneden en je voelt een tochtvlaag langs je blote buik. Je maakt jezelf loodzwaar, zodat de leraar begint te hijgen van inspanning en tenslotte met een kreet moet loslaten. Er vouwt zich vanzelf een knik in je taille en je komt in een slordige hoop op de vloer terecht. De rood aangelopen leraar beent woedend weg. Wat er in jou omgaat, kan ik me niet herinneren. Het geheugen kan beeld, geluid, geur en zelfs de positie van het lichaam redelijk solide opslaan maar het gevoel en het oordeel krijgen geen vaste vorm. Die zijn vloeibaar en veranderen onophoudelijk. Wat we nu nog gemeen hebben is het feit dat we geen handstand kunnen maken.
Marjo
Lieve Jet,
Als vijftienjarige ga je op zeil- en skischool de Kaag lesgeven. Hier heb je het zelf ook echt geleerd, na vele jaren oefenen met je vader. Je vindt dat spannend en vraagt je af of je dat kan. Anderen om je heen zien altijd meer in jouw capaciteiten en denken zeker dat je dat kan. Je zult er jaren lesgeven en veel plezier hebben met alle instructeurs. Eerst aan de bar wat drinken en dan door naar de Bonte Koe op het eiland om de rest van de avond te dansen. Gouden jaren.
Je ervaren zelf
Om meer fragementen uit brieven aan 'een jeugdig ik' te lezen, scroll je iets naar beneden.

december 2025
Onderstaande tekstfragmenten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven brieven aan een vroegere versie van onszelf.
Eén boek blaast je in die tijd omver: ‘De tweede sekse’ van Simone de Beauvoir, omdat het een feest van herkenning en erkenning is. Al die ideeën die je hebt over mannen en vrouwen, over rolpatronen en het belang om zelfstandig te blijven, worden niet alleen gedeeld, maar ook nog eens ontzettend helder verwoord door deze vrouw. Het opent de deur naar een enorme hoeveelheid feministische literatuur.
En omdat je een 'alleslezer’ wordt, zul je ook gaan genieten van gewone lichtere kost, populaire boeken, thrillers en romantische verhalen.
Lief meisje, ik kan je nu al wel vertellen dat boeken je je hele leven zullen vergezellen, dat ze je in donkere tijden troost zullen geven, dat ze je wijzer en empathischer zullen maken, maar dat ze je bovenal enorm veel plezier zullen verschaffen je hele leven lang.
Lia
Lieve Ilona,
Een meisje van 4 of 5 jaar. Met bus 18 naar het Sportfondsenbad in de Jan Evertsenstraat om naar zwemles te gaan. Daarna door naar oma Amsterdam zoals je haar altijd noemde. Weer met de bus, om je hals een briefje met de halte waar je uit moest stappen, dat liet je aan de buschauffeur zien. Je was eigenlijk veel te klein maar het ging altijd goed. Op de hoek van de straat waar oma woonde, stond in mei de gouden regen in bloei. En je wist oma is bijna jarig.
Iedere januari hoorde oma mij roepen: 'Nog 6 weken en dan ben ik jarig'! Een week later 5, weer een week later 4.
Mevrouw Japin, die oma belde dat er een cake in de oven stond en dat ik de beslagkom uit mocht likken.
Met oma naar de visboer om aal te halen, naar de banketbakker voor een gebakje. Oma kreeg er een extra doosje bij dat je thuis met haarspeldjes op je hoofd zette als verpleegster in de dop, want dat wilde je later worden.
Ilona
Lief Wilhelminaatje,
Flauw hè, om hier gelijk over je doopnaam te beginnen. Je was daar niet blij mee. Een vernoeming naar de koningin-moeder, je hebt het nooit begrepen. Jou is enkel uitgelegd waarom je niet vernoemd werd naar een van je grootouders, zoals bij je twee broers en zus gebeurde. De oma die daarvoor nog in aanmerking kwam was Naantje, voluit Adriana. Je moeder was bang dat ‘Naantje’ op school weldra zou leiden tot ‘Banaantje’ en voorzag hiermee een hel van een schooltijd. Àdrie vond ze geen mooie naam en dus werd het Helma, afgeleid van Wilhelmina. Daar moest je het mee doen. Achteraf zal je zeggen ‘er zijn ergere dingen’, maar zo’n naam bepaalt toch voor een groot deel je identiteit. Vooral in combinatie met je achternaam, in jouw geval ‘van Dorst’.
Het geboortedorp van je vader, zo’n 5 kilometer bij je woonplaats Breda vandaan, had nu niet bepaald een flitsend imago.
Helma
Het voorjaar is net begonnen. Nee, warm is het nog niet. Zeker niet om 07.00 uur. Daar ga je. Jij bent mij. Op onze fiets door de polder. Overvecht bestond nog niet. Mama fietst naast je, met ons zusje achterop. Op weg naar zwemles. Weilanden en daarna Fort Ruigenhoek. ‘Kom Fien nog even doorfietsen. We zijn er bijna.’ Het nieuwe zwemseizoen is begonnen. Het water is 15 graden. Warm genoeg om te leren zwemmen. Maar jij vindt van niet. Je staat te bibberen langs de kant. De zwemslagen zijn al eerder geoefend op de zitting van een kruk en het pierenbadje van 1 meter diep mag je ook achter je laten. Samen met het plankje en de kurk. Het is tijd voor het halfgevorderde bad. Diep maar niet heel diep. Je krijgt een touw om je middel. De badmeester, ome Jan, wil dat je springt. Je staat nog steeds bibberend langs de kant. Je moeder moedigt je aan. Ome Jan wordt ongeduldig. Het duurt hem te lang. Als je even niet oplet, krijg je een duw en beland je in het halfgevorderde. Hoestend, proestend en boos kom je boven. Wat een rot streek. Je wil er meteen uit maar dat mag natuurlijk niet. Zwemmen, nu! hoor ik ome Jan tegen je roepen. Ja, je haalt een paar maanden later het ‘kikkertje’. Zwemt de vereiste meters in het fort, trappelt water en springt van de steiger maar die duw zal je nooit meer vergeten.
José

november 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: herfst.
Omslag
Ben nog niet toe aan kaal
wil nog geen pompoenen rapen,
champignonsoep maken, struiken snoeien
schoppen in gevallen bladeren
laarzen en regenjas aan.
Vergeef me, ik wil kijken
naar de bloei van meisjesogen
in de vaas nog dahlia’s,
knalrood, diep roze
ogen dicht voor bruine kartelranden
volle zon op mijn gezicht.
Maar toch, een wolk van lijsters landt
in de kraalboom met oranje bessen
veren schitteren in het late licht
wiegend op de nu kale takken
vliegen zij, luid kwetterend
na hun maaltijd op.
Ik ga kastanjes zoeken in het bos
voorzichtig glijden over nat blad
met mijn handen woelen in vochtig mos
de grauwe ganzen zien vertrekken
kruiden drogen, appeltaart bakken
en langzaam zakken in winterrust.
Maria Pinxter

november 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (najaar 2025).
De geschiedenis herhaalt zich
Het waren de jaren '60, de basisschool heette nog lagere school en ik was een kind. Ik herinner me het gevoel van opluchting als de bel ging, de schooldag was ten einde, en met mij renden de kinderen het schoolplein af: we gingen spelen!
We hadden er de hele dag op gewacht!
Thuis aangekomen lagen de speelkleren al klaar, dat was een voorgeschreven wet van mijn moeder, de oude kleren gingen aan, de nette moesten netjes blijven, voor school en zondag.
We groeiden op met een sensitiviteit voor zuinig zijn op de spullen, in dit geval kleding. De echte reikwijdte ervan kenden we nog niet, het ging ons enkel om het spelen. Opgroeiend op een boerderij was daar ruimte genoeg voor: van graankisten maakten we huizen voor ‘vadertje-en-moedertje-spelen’, de zolder werd een geheime plek, de schuren boden een diversiteit aan verstopplekjes en de boomgaard was een gevaarlijk crossterrein. In onze speelkleren konden we ons vrij bewegen: klimmen, klauteren en bouwen naar hartenlust.
Zestig jaar later betrap ik me erop dat als ik thuiskom van weggeweest te zijn, bijna het eerste is wat ik doe, mijn speciaal voor die gelegenheid gekozen kleding om te wisselen voor een huispak. Hierin beweeg ik me simpelweg makkelijker, spontaner en ik ben er minder op bedacht dat het netjes moet blijven.
Mijn moeder schreef in mijn kindertijd de regels voor, bij haar was sprake van zuinigheid. Geldt dat voor mij nu nog, vraag ik me af? Met zorg omgaan met spullen, en daar valt kleding ook onder, is me dankzij mijn opvoeding niet vreemd. Maar is dat de belangrijkste onderliggende reden? Nee, de speelkleding toentertijd en het huidige huispak hebben een belangrijke overeenkomst: kleding draagt bij aan het doel en dat was vroeger en dat is nu: vrij bewegen!
Margo

november 2025
Novemberen
Ruim neem je
De engte
Het wilde water
Duet op de horizon
Kalme dageraad
Uit kuilend bed
Modderend aan
Een schrale streek
In de taal van de klok
Klinkt het afschieten
Geweren in aanslag
Tussen koolresten
Grauwe ganzen
Met vleugels van zout
Je ziet ze trekken
In V langszij
Een haal over je
Been dat kort lijdt
Een wang op je kus
Ontmoet
De schrale winter
Tussen lippen van boter
Pak je me mee
Ik schrijf
Dat overwinning
Novembert
In Juli
Het antwoord
Astrid Salman
Meer lezen? Klik op Astrid

november 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven berichten aan of over mist en regen.
Geachte regen, of zal ik zeggen lieve regen,
Er zijn talloze liedjes over jou geschreven. "Zachtjes tikt de regen op het zolderraam," zong Rob de Nijs, en wie kent niet “Raindrops keep falling on my head”, uit Butch Cassidy en the Sundance Kid.
Soms kom je ook zachtjes, bijna onhoorbaar in een zomernacht. Zeer gewenst, na dagen van hitte. 's Morgens vroeg hangt de geur van aarde in de lucht, en lijkt alles weer te ademen. Jij, regen bent dan een zegen, een verademing.
Maar ik weet al heel lang dat jij ook een andere kant hebt. Ik was acht jaar en op vakantie, in Kaprun. Het was een prachtige zomerdag, geen wolkje aan de lucht. Ineens hoorde ik een dreun en een donderend geraas. In korte tijd zorgde jij voor een lawine van stenen die alles meenam wat op haar pad lag. Op de parkeerplaats beneden lag onze auto bedolven onder metershoog puin. De lucht rook naar steen, modder en angst. Sindsdien weet ik dat jij niet alleen geeft, maar ook neemt.
Tientallen jaren later, 2021, was jij opnieuw meedogenloos. In het Ahrdal in de Duitse Eifel kwam je met kracht en zonder genade. Je nam huizen, mensen, dieren, herinneringen. De lucht rook naar steen, modder, angst en verslagenheid.
Een paar weken geleden, eind september, spetterden jouw druppels op het raam van de bus waar ik in zat. Naast ons reed een vrachtwagen vol varkens, op weg naar de vleesproducten fabriek. De roze huid van de varkens glom door de open kieren. Ik vroeg me af of ze jou ooit gevoeld hadden, of ze wisten hoe het is als jij op hun huid valt, koel en fris. Waarschijnlijk niet.
Ik kan nog wel bladzijden vol aan je schrijven, maar doe dat niet. Jij laat zien dat niets blijft zoals het is. Droogte eindigt, maar soms weet je van geen ophouden. Zal je in de toekomst vaker komen, of juist verdwijnen? We kunnen veel voorspellen maar jou nooit helemaal
Eén ding weet ik zeker: als jij komt, kan ik de was niet buiten hangen.
Tot gauw!
Groetjes,
Ilona Dekker

november 2025
Als ik een boom was zou ik een treurwilg willen zijn.
Met mijn lange takken zou ik zwieren en zwaaien, vlak boven het water. Me koesteren in de zon en willen roepen: zweef en zwier als de tijd daar is.
Als de wind niet waait, zouden mijn bladeren hangen naar beneden in stille wacht. Ingekeerd, in rust en vrede en willen zeggen: neem de tijd, voor alles staat een tijd…
En altijd zou ik gerust zijn en weten hoe diep mijn wortels in de waterkant verankerd zijn. Mijn stam breed en stevig.
Niets blaast mij omver.
Helinda Rijnbout

november 2025
Onderstaand beeld & gedicht is van Harmen Grootendorst.

Meer werk van Harmen zien? Klik op Harmen.

oktober 2025
Vraaggedicht
Hoe
kom ik
weer
de dag
door
zonder uitzicht
op
ja, op wat?
Als
het nou
eens
gewoon
genoeg is
om genoeglijk
op de bank
te zitten
onder een
elektrische
deken
met een boek,
de tv.
Of met jou?
Mart Damen
Meer lezen? Klik op Mart.

oktober 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). Het zijn (fragmenten uit) brieven aan Sholeh Rezazadeh over eigen taalervaringen in antwoord op haar boekenweek-gedicht in welke taal zal ik je woorden geven. Klik op Rezazadeh om het gedicht te lezen en haar te zien.
Dank je wel voor je prachtige boekenweekgedicht. Ik lees het bijna elke dag een keer en steeds is het weer anders. Interpreteer ik het anders. Soms plak ik je regels op andere mensen. Op een groep boze jongeren die ik tegenkwam op een wandeling bijvoorbeeld. Ze stootten klanken uit en keken er dreigend bij. Gaan we elkaar ooit weer verstaan, denk ik dan? Met welke blik? Misschien proberen zij ons ook wel iets uit te leggen, laag na laag terwijl wij slechts hun schaduwen herkennen. Wederzijdse stotterwoorden.
Op een dag krijg ik een bericht van mijn schoondochter, de moeder van Faye. Het is oktober. Bericht uit groep 3 van haar juf. Faye heeft haar eerste leestoetsje gehad. Ze kan de woorden goed hakken, maar bij het plakken slaat ze regelmatig één of meerdere letters over.
Ken je dat? Hakken en plakken? Je breekt het woord in stukjes en plakt ze dan weer aan elkaar. Faye vindt het moeilijk maar heeft het nodig om te leren lezen zodat zij ons kan verstaan en we elkaar kunnen omarmen. Maar ook om net als jij, de taal van bomen, wolken, treinen en seconden te leren. Op haar eigen manier in een land zonder bergen. Hakken en plakken. Zulke lelijke woorden. Hakken en plakken. Hoe zou jij dat noemen?
José
Meer dan in het gesproken woord van elke taal, voel ik me thuis op papier. Het liefst gelinieerd.
De geschreven taal is mijn moedertaal. Ik voel me thuis in een brief, een gedicht of in zomaar wat zinnetjes uit de losse pols. In een waargebeurd verhaal dat raakt, of een dagboek met een slot.
In boodschappen- en vakantielijstjes, liedjesteksten of een prachtig citaat dat ik overschrijf uit een boek. In beelden zelfs, die zonder woorden vertellen wat er te zeggen valt. Op papier kan ik de tijd nemen, mijn gedachten de vrije loop laten, dromen, fantaseren, doorkrassen en opnieuw beginnen. Het papier is geduldig met mij, zelfs nog wanneer mijn linkerhand keer op keer woorden verminkt tot onleesbare zinnen.
Helma
Het is enorm knap hoe u in het Nederlands schrijft en dicht, een taal die u
pas later hebt geleerd. Bij u lijkt het natuurlijk te gaan alsof de Nederlandse taal u altijd al heeft toebehoort.
Zelf houd ik erg van taal. Op de middelbare school was ik goed in Frans en Duits. Ik kan deze talen goed verstaan en redelijk spreken, maar vaak durf ik het niet. Angst om fouten of kromme zinnen te maken.
Een paar jaar geleden kreeg ik een ongeluk in Duitsland, en kwam ik in het ziekenhuis terecht. Zonder erbij na te denken sprak ik ineens vloeiend Duits, ik kon precies uitleggen wat er aan de hand was. De woorden kwamen als vanzelf, wonderbaarlijk niet? Ik denk dat taal niet alleen in je hoofd zit, maar ook in herinneringen. Sommige woorden of zinnen kun je niet goed vertalen, ze verliezen, iets dat u vast ook wel kent in uw eigen taal.
Ilona

oktober 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: zomer.
De aarde heeft vannacht gedronken
Wolken drijven loom boven
bedden vol oranje, rood en geel
aan korte, rechte en gebogen stelen,
de zon maakt glitters op ‘t natte groen.
Stevig geplant in hoge laarzen
staat ze, kin omhoog, ogen gesloten
armen vol zomerkleuren
glimlach om de mond.
De aarde heeft vannacht gedronken.
Maria Pinxter

september 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Schrijfcafé (augustus 2025 VUUtrecht). We schreven met en bij (verzonnen) dieren.
Vogels op een plaatje van de juf
Vogels zonder naam die ik niet ken…de naam moet ik zoeken, zegt de juf…
Elke vogel heeft toch een naam, dus ga ik hem zoeken en misschien geef ik hem straks een naam die IK mooi vind.
Eerst maar eens kijken naar de prachtige vleugels met hun witte uiteinde. Het lijkt wel of het erin getekend is. Net zoals de mooie witte hals met zijn ketting van zwarte kraaltjes afgezet. Wie heeft die er zo mooi ingezet? Hun tapijt van veren gaat over van licht bruin naar iets donkere kleur bruin. De snavel is gesloten en ook die van zijn maatje die iets verderop staat.
Ze hebben zeker niets te vertellen en staan met hun zwart gebogen pootjes klaar om weg te vliegen van de rotsen. Ze genieten nog even van het edelweiss struikje en de paarse bloemetjes erboven.
Het is er muisstil alleen de wind maakt er nog een feestje van en blaast zacht ..whoe..whoe..
En dan…ze vliegen weg en zwaai ik ze uit ik weet niet of ik ze weer zie… De naam heb ik gevonden, moest even zoeken, maar ik heb het...
Het zijn gewoon mijn …alpenvriendjes…die daar op de rotsen staan met de hoge bergen op de achtergrond. Misschien moet ik ook naar die hoge berg en wie weet vind ik mijn vriendjes daar terug met hun kleine kraaloogjes.
De omlijsting van de schoonheid.
Els

Japanse Sneeuwkijker
Nihon no yuki byῦa
Volksvogelwijsheid: Bezint eer gij erin vliegt.
Herkomst: Japan
De Japanse Sneeuwkijker beziet zijn omgeving vanuit zijn veilige observatieplek in het riet en komt alleen in actie als hij of zij dat nodig vindt. Met de pluisjes van de rietsigaar bekleedt het manetje het nest als het vrouwtje een ei gaat leggen. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en heeft een wit kopje om zch te kunnen verschuilen in de sneeuw of pluisjes. Een eigen-wijze observant in het riet met een scherpte blik op de omgeving.
Verenkleed: bruin-wit met fijne zwarte strepen
Wat eten ze: zaden en rietpluimpluisjes om de maag te kalmeren
Habitat: riet, moeras, Japan, Kamtjatska
Lummieke
Als ik een ijsvogel was
zou ik kunnen vliegen
op de meest geheime plekken van de stad
niemand zou me zien
niemand zou geloven dat ik er was geweest
Emma
Als ik een zeemeermin was wist ik wel dat ik niet naar boven wilde.
Dat ik de haai gedag zou zeggen, de stekelbaars aaien.
Mijn staart rustig zou bewegen, genieten van kleurig koraal.
Gewichtloos en niet anders dan gelukkig zou zijn.
Helinda
De pierenwaaien
Hier zie je de man- en vrouw vogel van het geslacht der pierenwaaien. Zoals je kunt zien zijn dit kleurrijke vogels met een levendige inslag. Van oorsprong komen ze uit Rusland. In de 17de eeuw zijn ze met zeelui meegekomen naar Europa. In Rusland werden ze Piruju genoemd. Door de jaren heen hebben ze zich goed aangepast aan de omstandigheden hier. Overdag zijn de pierenwaaiers uitermate sloom, maar zodra de maan opkomt gaan ze op stap. Ze zoeken elkaar op tijdens het eten en gaan met elkaar aan de zwier. Ze leven over het algemeen een ongebonden en liederlijk leven.
Frederike
Distelvlinder en klimaatverandering,
mens en dier op de vlucht
Er is te veel veel
Ilona
Bonte Kroet
(Muscicapa Atricapilla)
Vriendelijke, geenszins schuwe vogel die graag in de buurt van mensen is. De Bonte Kroet is een gezellige babbelaar. De roep is een aanhoudend koeroet, koeroet. De klank gaat aan het eind wat omhoog. De vrouwelijke Bonte Kroet antwoordt met een kort fluitend oetsji oetsji.
De roep van de juveniele Bonte Kroet is ietwat eentonig en bestaat uit korte hoge tokkelende klanken als van een banjo.
De Bonte Kroet foerageert in heggen en struiken en is dol op alles wat mensen achterlaten op picknicktafels en terrassen. Ook eet hij graag uit de hand. NB! Merkwaardig genoeg laat hij potten met vogelpindakaas links liggen.
De Bonte Kroet is nauw verwant aan de door vogelaar T. Hermans in 1980 eenmaal waargenomen uiterst zeldzame tropische Kroet. Net als deze Kroet ruist ook de Bonte Kroet gaarne door het struikgewas.
Volkswijsheid
Als tijdens het minnespel
de Kroet van zich laat horen
wordt u een spikkelkind geboren
Anneke

juli 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Schrijfcafé (zomerworkshop 2025 VUUtrecht). Er werd geschreven met kleding en kleur.
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
Het blauw
Het bruin
Het rood
Het goudgroen
Het grijs
Ik zie, ik zie,
Simone |
met liefde en aandacht gemaakt
joke |
|
Eén dag ben ik gedragen,
het was er een van glorie en geluk.
Huppelend bewoog ik in een lange rij
van collega’s met eenzelfde snit.
De tedere handen van Thera hebben mij vorm gegeven,
mijn kanten lijfje nauw sluitend om de magere meisjesborst,
mijn rok van knisperende tule opbollend boven de knokige knietjes,
bijeengehouden door knoopjes van kostbaar parelmoer.
Ik beleefde enkele uren van ingetogen plezier en gekoesterde tradities.
Snel daarna werd ik aan een haakje gehangen,
bruut ingeruild voor een oude broek
en viel mijn communicantje juichend en joelend in de oude sloot.
Marjolein Hillege
Mijn gelijkvormige ramen
Mijn rode schoorsteen trots aan mijn zij
De nieuwste en grootste
Over honderd jaar niet meer van nu
Emma |
|
Afgedankt
Hier hang ik, vergane glorie,
Wie kan mij nog bewonderen
Ik ben ingeruild, voor een strakke spijkerbroek
Hier hang ik, afgedankt
Ingrid |
Tweedehandsje
Gevouwen rond een kleuter,
Het duizelt mij, ze schommelt
We vallen op het gras en laten groene
M.
|
Van dood naar leven
Wij zitten in een klein zakje, heel verschillend van vorm,
het is donker en we zijn klein en dood,
Maar dan worden we in aarde gestopt,
en krijgen we water.
Ons korreltje springt open en we worden groter,
we groeien naar boven, naar het licht.
En dan komen we boven de grond,
we worden groter en gaan groeien.
Totdat we bloeien, de een groter dan de ander,
in alle vormen en kleuren en geuren.
De bijen en vlinders komen bij ons eten.
heb je wel eens goed naar ons gekeken?
Hoe we in details uitgewerkt zijn,
wij zijn een wonder van God.
Eerst waren we dood en nu levend,
wij zijn een creatie van Gods scheppingswerk.
Antoinette de Bruijn

juni 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: lente.
Ik heb je gemist
De kou, het schrale en het grijze van de dagen
verdichten mijn denken en korten mijn zinnen
tot kaal gesnoeide woorden.
Weemoed blijft hangen in de stilte.
Een boom, mos en schimmel op zijn takken,
ontwaakt uit zijn winterroes, geeft
tere appelbloesem in je voorjaarslicht.
Een zachte wind waait door mijn gedachten.
Seringensneeuw ligt geurend op het pad,
zonder jas zwerf ik door het bos,
Turkse tortels maken elkaar het hof,
spechten roffelen nieuwe woorden.
Ritselend nestelen meerkoeten in het riet
trouw aan het ritme van de seizoenen
ben je gekomen lente, blijf je
tot het licht op de langste dag?
Maria Pinxter
25 juni 2025

mei 2025
Haiku
waarom zou ik nog
vooruitkijken als vandaag
een goede dag is?
vreugde en verdriet
een traan wil gevoeld worden
zijn als yin in yang.
je trekt je terug
in stille witte wereld
wachten en weten.
in stille witte
aarde keert leven terug
tot vruchtbeginsel.
ingevouwen blad
ligt klaar om uit te botten
seizoensarbeid!
groen waas vaagt zachtjes
zoekt vorm in talloos’ vormen
het gebeurt gewoon.
opstaan in eigen
kracht, geur je nieuw leven
in groene wording.
ik klief het hout, mijn
levensboom, ontvouw mijn diepste
wezen, het is goed.
Ineke Bierens
Meer lezen? Klik op Ineke.

mei 2025
Taal
Hoe zal ze later klinken
Wat is dan haar kleur?
Hoe diep zal ze gaan?
Zal ze raadselachtig zijn,
zuinig, mysterieus misschien.
Met potlood en papier wachten,
als met een glazen bol.
Weten van spraak
in de loop der jaren.
Een poging om wat
gonst te vangen.
Frida
Meer van Frida lezen? Klik op Frida.

mei 2025
Een huis als een rots
Een betonnen baan voert het land in
Stram de kozijnen
Als een puist de aanbouw
Blauw stijgt er rook op
Een cigaret gerold tussen bruine vingers
Hoog en strak zijn de ruimtes
Een schimmig tafereel op het zeil
Een kop lauwe koffie
Verre ogen kijkend het land in
Daar zit hij en telt z’n dagen
Poppendamme, februari 2025
Ontmantelen
Kasten leeg
Kopjes naar kringloop
Bedden bekeken, gekeurd en verwijderd
Nog een blik in de kasten
De vettige kookplaat
Koffie gedronken
Uit kopjes met barsten
En dan al die stoelen
Ik tel er zo twintig
En dan al die mensen
Die daar liepen en lagen
Eind van een tijdperk
Ons eeuwige jeugd
Poppendamme, april 2025
Klazien

april 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: winter.
Verloren
In de ochtend drijven wolken traag
voor de gele gloed van de zon.
Druppels druipen langs mijn wangen,
gras ontdooit onder mijn voeten.
Een rafelige reiger wacht roerloos
in het geknakte riet langs de vijver
waar wilgen voorover buigen,
hun takken wiegend in de wind.
Een eenzame woerd zwemt zoekend
rond, maakt rimpels in het water.
Verstoord vliegt in een grote boog
de reiger elegant de einder tegemoet.
Langzaam loop ik naar de berken,
hun in elkaar gevlochten kruinen
maken grillige tekeningen in de lucht.
In het winterlicht heb ik de tijd verloren.
Maria Pinxter
9 april 2025

februari 2025
Vulkaan (2)
Soms als de rookpluim dikker wordt
zie ik mezelf terug in Pompeï
bedolven door gloeiend as
verzengd tot een op mij lijkende leegte
om negentienhonderd jaar later te worden gevuld met gips
zodat toeristen een minuutje om mij kunnen huiveren
ren, fluisteren ze, schuil
maar niemand houdt zwijgend mijn hand vast.
Ante Hogeweg
Meer lezen? Klik op Ante.

oktober 2024
Onderstaand gedicht-met-foto is gemaakt door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: Herfst.

Midwinter
bomen met gevallen bladeren
stammen stijf als een harnas
in een koud gelid
ooit vitaal, groen en vol groei
waar is het leven gebleven?
Heleen van Tilburg
Meer lezen? Klik op Heleen.
