Introductie door Ceciel

Welkom bij deze voorlees-luistermiddag!
Heel fijn om met zoveel taalliefhebbers bij elkaar te zitten, bij te praten en naar elkaar te luisteren.
En dat allemaal ter gelegenheid van 25 jaar ontmoeting in taal!
Deze bijeenkomst ontstond uit een vraag van twee deelnemers die al lange tijd met mij samen oplopen in Labyrint: André stelde vorig jaar een voorleesmiddag voor en Emilie vroeg of ik aandacht ging besteden aan 25 jaar eigen toko.
Ik zei meteen nee, waarom? Het is gewoon zo gelopen.
Later dacht ik: waarom niet?
En toen werd één en één: een voorlees-luistermiddag voor ieder die in die 25 jaar met mij meewandelde in Labyrint.
Een bijzondere samenkomst om dit moment te markeren in de tijd.
Er is veel geschreven over tijd: wat het is, hoe je vasthoudt wat voorbij gaat, hoe je je herinnert. De dichter Rutger Kopland schrijft in een gedicht met de titel Tijd:
Tijd - het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is
Wat kan ik zeggen over 25 jaar?
Heel veel én heel weinig.
Voor mij bestaat tijd uit eilanden.
Ik hou van eilanden: ze zijn lekker overzichtelijk en begrensd door water.
Ik ga graag naar Texel, omringd door de zee.
‘s Zomers ben ik regelmatig op Noord-Beveland, aan de Oosterschelde.
Ik woon zelfs op een eiland, de Bommelerwaard tussen Maas & Waal.
Ik hou van eilanden en het water dat het omsluit.
Voor mij is de volksuniversiteit een taaleiland in een zee van tijd: toen ik in Utrecht woonde kwam ik op de fiets, sinds mijn verhuizing trein ik hier naar toe om jullie te ontmoeten op dit eiland: met poëzie, met romans en verhalen.
Gedurende de middagen of ochtenden, heel enkel een avond, zijn we met elkaar op ons taal-eiland en gaan we samen aan de wandel of op avontuur.
Iedere keer als we hier samenkomen, pakken we de draad van taal weer op en doet tijd er niet meer toe.
Ik noem de volksuniversiteit als een verborgen taal-tijd-eiland in Utrecht, omdat we nu hier zijn, maar ik kan ook de vrouwenbieb noemen, Savannah Bay, de Lutherse kerk of De Rechtbank. Plekken waar ik misschien met jou je eigen werk besprak.
Ik kan ook De Speeldoos noemen, de bieb in Bilthoven, Den Bosch of Zaltbommel. Of je eigen huis, aan tafel, via zoom of aan de telefoon.
Al die plaatsen waar ik met jullie kom of kwam om woorden te wegen en leeservaringen uit te wisselen.
Wat is het heerlijk zo’n plek te hebben, waar ik steeds terug kan keren, letterlijk zoals nu of in mijn herinnering.
Ik heb je uitgenodigd voor deze feestelijke deelmiddag, omdat ik dankbaar ben dat je met mij de landschappen van taal in al haar schoonheid, raadselachtigheid en woestheid wilde verkennen.
Want hoe graag ik ook schrijf en lees, samen op taal-avontuur gaan is rijk, divers en dierbaar gebleken.
Dat we dat nog lange tijd met elkaar mogen delen!
Dan eindig ik met een wonderlijk gedicht van M. Vasalis, waarin zij de vervliegende tijd als een film aan ons laat zien. Het heet Tijd en komt uit de bundel Parken en woestijnen uit 1940.
Tijd
Ik droomde, dat ik langzaam leefde....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen...
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd...
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?
M. Vasalis
![]() |
Labyrintliteraire leeskringen
|
www.inhetlabyrint.nl |